Julientje
Een Julientje is pure Gentse frituurnostalgie: knapperige zelfgemaakte frieten, een smeuïg mengsel van gehakt en pikante chorizo, een rijke gruyèrekaassaus en een lepel mayonaise. Timon maakt hem thuis zoals hij hem het liefst eet, met alle vertrouwde smaken maar zonder compromissen op kwaliteit. Simpel op papier, onweerstaanbaar op het bord.
Stappenplan om recept “Julientje” te bereiden
Maak de frieten:
Gebruik bloemige aardappelen, zoals Bintje of Agria. Schil ze en snijd in frieten van ongeveer 1 centimeter dik. Snijd ze niet te fijn, want ze moeten het gewicht van saus en vlees aankunnen. Spoel de frieten kort in koud water om overtollig zetmeel weg te halen en dep ze goed droog.
Bak de frieten in twee keer, met een tussenstap in de diepvries. Bak ze eerst voor op 150 °C tot ze gaar maar nog bleek zijn. Laat ze uitlekken en volledig afkoelen.
Bak de frieten een tweede keer op 180 °C tot ze goudbruin en knappe- rig zijn. Kruid meteen met grof zout.
Maak het vlees:
Bak het gehakt rul in een hete pan. Voeg de chorizo toe en laat alles goed uitbakken. Blus met de port en laat inkoken tot je een smeuïge, kruidige ‘frituursaus’ krijgt. Kruid met peper en zout.
Maak de kaassaus:
Smelt de boter en roer er de bloem door tot een roux. Voeg al roerend de melk toe tot een gladde bechamel. Meng er de kaas door en kruid met peper, zout en nootmuskaat.
Werk af:
Schep de frieten op een bord. Doe er een lepel mayonaise op. Verdeel daarover het warme vleesmengsel. Schep er rijkelijk de kaassaus over.
Werk af met de frisse lente-ui.
Tip: Leg de frieten na het voorbakken minstens 30 minuten in de diepvries. Die koude schok droogt de buitenkant uit, waardoor ze bij het afbakken extra krokant worden. Essentieel voor een goeie Julien die niet verdrinkt in de saus.








