Van bun tot knoop: alles over kaneelrolletjes
Er zijn weinig geuren die zo onmiddellijk een gevoel van huiselijke warmte oproepen als de combinatie van gistend deeg, smeltende boter en een flinke dosis kaneel. Of je nu in een hip café in Brooklyn staat, een fika houdt in Stockholm of op zondagochtend naar de bakker om de hoek snelt: het kaneelgebakje is overal, maar nooit hetzelfde. Je kent ze als cinnamon rolls, buns, knots, broodjes of koffiekoekjes: dit gebak is wereldwijd een symbool van comfort, gezelligheid en pure verwennerij. Wij zijn fan. Jullie ook?

Van eenvoudige rol tot creatieve knoop
De klassieke kaneel-rol begint bescheiden: een zacht gistdeeg, royaal bestreken met boter, bestrooid met suiker en kaneel, opgerold en in plakken gesneden. Maar daar stopt het niet. Bakkers en thuisbakkers hebben deze basisvorm ondertussen al eindeloos heruitgevonden.
- Rolls, die tegen elkaar gebakken worden in één schaal, danken hun populariteit vooral aan hun textuur. Doordat ze elkaar tijdens het bakken beschermen, blijven de zijkanten zacht en mals, met een smeuïge binnenkant en nauwelijks korst. Ze rijzen vaak mooi omhoog, maar hun zachtheid is belangrijker dan pure luchtigheid.
- Knots of gevlochten buns ogen speelser en hebben meer blootgestelde randjes, wat zorgt voor extra karamellisatie en een licht krokante beet.
- Broodjes zijn compacter van vorm en ideaal voor bij het ontbijt of de brunch, terwijl koffiekoekjes dichter bij patisserie aanleunen, vaak afgewerkt met glazuur, noten of rozijnen.
Elke vorm beïnvloedt niet alleen het uiterlijk, maar ook de eetervaring: meer randjes betekent meer gekaramelliseerde smaken, terwijl strak gevormde rolls vooral uitblinken in zachtheid en smeuïg comfort.
Waarom we er geen genoeg van krijgen
Dat is pure wetenschap. De combinatie van warm deeg, suiker en het aroma van kaneel activeert direct de beloningscentra in onze hersenen. Bovendien is de spiraalvorm visueel onweerstaanbaar: in elke draai zit immers een nieuwe laag vulling verscholen.
Kaneel is natuurlijk de ster van de show. Meestal wordt cassiakaneel gebruikt vanwege zijn krachtige, warme smaak, maar Ceylonkaneel wint terrein bij fijnproevers die houden van een subtieler, bloemiger aroma. In combinatie met bruine suiker ontstaat die kenmerkende diepte waar kaneel-rolletjes zo verslavend door zijn.
Steeds vaker worden er extra smaaklagen toegevoegd: kardemom voor een Scandinavische toets, sinaasappelschil voor frisheid, of zelfs een snufje espresso voor een volwassen bittertje.
Wist je dat? Zweden zo trots is op hun kaneelbroodjes dat ze zelfs een nationale feestdag hebben geïntroduceerd: Kanelbullens dag op 4 oktober!

Glazuur, vulling en variaties
Waar de één zweert bij pure eenvoud, gaat de ander all-in met toppings en vullingen. Roomkaasglazuur is misschien wel de populairste afwerking: licht zuur, romig en perfect in balans met de zoetheid van het deeg. Maar ook vanille-icing, karamelsaus of gewoon wat poedersuiker doen het uitstekend.
Qua vulling zijn de mogelijkheden eindeloos:
- gehakte pecannoten of walnoten voor crunch
- rozijnen of cranberries voor een fruitige toets
- appelstukjes voor een herfstige twist
- chocolade voor de echte zoetekauw
De gouden tips voor thuis
Heb je een kaneelrolletje dat een dag oud is en wat droog aanvoelt? Leg het 10 tot 15 seconden in de magnetron. De boter in het deeg smelt weer, de suiker wordt vloeibaar en je broodje smaakt weer alsof het net uit de oven van de bakker komt!
Daarnaast laten kaneelrolletjes zich ook uitstekend invriezen. Laat ze na het bakken volledig afkoelen en vries ze luchtdicht in (zonder glazuur!). Warm ze daarna 5 à 8 minuten op in een oven op 150°C. Je kunt de gesneden rolletjes ook ongebakken invriezen. Laat ze dan een nachtje ontdooien in de koelkast en de volgende ochtend nog even rijzen op het aanrecht voordat ze de oven in gaan. Zo heb je altijd die verse bakkersgeur in huis!


