Mango

Voor hindoes en boeddhisten is de mango een symbool van liefde en vruchtbaarheid, van overvloed en rijkdom. De geliefde meditatieplek van Boeddha was onder een mangoboom. Daar deed hij ook de meeste van zijn ‘wonderen’. In het hindoeïsme zijn mangobladeren heilig. Ze worden onder meer gebruikt tijdens huwelijksrites om de god Ganesh, die een mango in zijn hand heeft, te aanbidden.

Mango’s komen oorspronkelijk uit Oost-India, Myanmar en de baai van Bengalen. Ze worden al meer dan 5.000 jaar gekweekt in India. Arabische zeelieden introduceerden ze in de 10e eeuw aan de oostkust van Afrika. In de 16e eeuw plantten Portugese zeelieden ze aan in Brazilië. Er bestaan honderden variëteiten in allerlei vormen, van rond en ovaal tot niervormig, in verschillende kleuren: paars, geel, groen, oranje en rood.

India is de grootste producent, maar houdt de meeste mango’s voor zichzelf. Wij krijgen mango’s uit Zuidoost-Azië, Oost- en Zuid-Afrika, Israël, Californië en Florida, Mexico en Brazilië. De kwaliteit kan zeer verschillen en wordt bepaald door de vezeligheid van de vruchten en door de sterkte van de natuurlijke terpentijnsmaak die elke mango kenmerkt. Het piekseizoen loopt van mei tot september.

Om mooi te zijn, moet je mango’s eten. Ze zijn immers zeer rijk aan vitamine A, die onder meer huidproblemen en huidveroudering voorkomt en behandelt, en onze botten verstevigt. Een mango bevat twintig keer meer vitamine A dan een even grote sinaasappel.

Weten: 

  • Mango’s gaan goed samen met banaan, appel, ananas, kokosnoot, limoen, braambessen, passievrucht en papaja en met specerijen zoals steranijs en kruidnagel. 
  • Mango’s zijn zeer gevoelige vruchten en kunnen moeilijk tegen druk tijdens het transport. Daarom worden ze onrijp geplukt en moeten ze nog narijpen als ze hier aankomen. Een ‘kamertemperatuur’ van 20 tot 24 °C is daarvoor het meest geschikt. Leg ze dan ook niet in de koelkast. Net zoals andere tropische vruchten zijn mango’s zeer gevoelig voor lagetemperatuurbederf. Een mango die kouder dan 10 °C werd bewaard, is te herkennen aan de grijze vlekken op zijn schil. 
  • In mango zit een enzym dat vlees malser maakt. Dat maakt mangosap ideaal om te marineren. 
  • Het vruchtvlees van een mango is vrij vezelig en zit soms goed vast aan de pit. Om hem te snijden, zijn er twee mogelijkheden: zet de mango rechtop en snij met een scherp mes van boven naar beneden zo dicht mogelijk langs de pit. Haal de twee helften uit elkaar en snij het vruchtvlees in blokjes zonder door de schil te snijden. Zo kan je het vlees uitlepelen of uitschrapen. Je kunt de mango ook schillen, net zoals een sinaasappel. Eerst kruiselings het vruchtvlees insnijden, schillen en het vruchtvlees van de pit lossnijden. 
  • Een mango die perfect rijp is, kan alle kleuren hebben, van rood naar geel tot zelfs groen. De kleur zegt immers niets over zijn rijpheid. Een (bijna) rijpe mango herken je aan zijn frisse, zoete, fruitige geur en aan de veerkracht van het vruchtvlees. Bij een lichte vingerdruk moet deze eventjes meegeven. Koop ook enkel vruchten met een gave schil. Bewaar bijna rijpe mango’s op kamertemperatuur en rijpe mango’s nog een dag of drie op een koele plaats tussen 10 en 13 °C.