Peer

Peer

Peren zouden ontstaan zijn in Centraal-Azië, aan de voet van het Tian Shangebergte in het westen van China. Via bergketens zouden ze naar het noorden en het zuiden zijn verspreid. Reizende volksstammen namen de vruchten en zaden mee. De Romeinen waren de eersten in Europa die technieken voor het enten gebruikten om nieuwe rassen te ontwikkelen. In de eerste eeuw van onze jaartelling kenden ze al een dertigtal rassen, die goed van elkaar te onderscheiden waren. Op het einde van het Romeinse tijdperk was dat aantal al verdubbeld. Romeinen aten hun peren nooit rauw. De Romeinse letterkundige Plinius stoofde ze met honing. De smulpaap Apicius had een meer kruidige bereiding waarbij de peren werden gekookt en, nadat het klokhuis was verwijderd, fijngemalen met peper, komijn, honing, zoete wijn, vissaus en een beetje olie. Daarbij werden eieren geserveerd.

Tijdens de Renaissance (15de -16de eeuw) waren er een tweehonderdtal rassen bekend, tijdens het bewind van Zonnekoning Louis XIV (17de eeuw) waren dat er al vijfhonderd.

Tot de 16de eeuw werden enkel stoofperen gekweekt. Die werden gestoofd of gebakken om ze te eten. Tegen het einde van de 16de eeuw werden in Frankrijk en Italië de eerste handperen gekweekt. Omdat ze zo'n zacht en sappig vruchtvlees hadden, kregen ze na een tijd de bijnaam 'beurré', afgeleid van het Franse woord voor boter. In een aantal rassen vinden we die naam nog terug, zoals in Beurré Hardy, Beurré de Merode en Beurré Alexander Lucas.

Belgsiche professionele kwekers kiezen voor Conférence, Doyenné en Durondeau. De slanke, langwerpige Conférence is de favoriet met zijn fijne, zoete smaak en sappig vruchtvlees. Zeer geschikt als handpeer en om te verwerken in slaatjes en in taart en gebak. Te koop van september tot juni.

Durondeau heeft wit vruchtvlees met een typische, wrange smaak. Vers geplukte Durondeau is uitsluitend geschikt voor keukengebruik; vanaf oktober is het een uitstekende handpeer. Te koop van september tot december.

Doyenné heeft een dikke vrucht en een korte steel, bezit zeer zoet, sappig wit vruchtvlees en is zeer geschikt als handpeer en om te verwerken in slaatjes.

Weten:

  • Als je een sappige en zoete peer eet, lijkt het alsof je veel calorieën binnenkrijgt, maar dat is maar schijn. Dat komt omdat peren minder vruchtzuren bevatten waardoor de smaak zoeter lijkt. Het suikergehalte van een peer is even hoog als dat van een appel. Per 100 gram bevat een peer slechts 42 kcal, maar wel veel kalium, calcium, magnesium, vezels en vitamine C (5 mg per 100 gr).

Kopen:

  • Kies peren met een gladde schil, zonder zwarte of donkere vlekken, zonder inkepingen of scheurtjes, met nog een intacte steel. Ze moeten vast zijn, maar niet te hard. Een handpeer is rijp als de vrucht bij een lichte druk rond de steelaanzet meegeeft. je kunt handperen enkele dagen bewaren in de koelkast of op een koele plaats. Stoofperen zijn op deze manier ongeveer een week houdbaar.