Witloof

Witloof

Witloof wordt op twee verschillende manieren geteeld: in de grond of op water. In dit eerste geval worden de witloofwortels in een donkere, geklimatiseerde ruimte in bakken geplaatst. Een aantal bakken samen vormt een cel en elke cel wordt voorzien van meststoffen, water en een goede ventilatie. Op deze manier is het witloof al na 21 dagen volgroeid en kan het gerooid worden. Witloof geteeld in een waterbad ziet er niet anders uit dan grondwitloof. Let bij aankoop dus goed op de aanwijzingen op de verpakking, want het verschil in smaak tussen water- en grondwitloof is immens. Aangezien grondwitloof zijn voeding uit de volle aarde haalt, is hij een pak rijker van smaak. Daarnaast is er in het grondwitloof nog een grote smaakdiversiteit die afhankelijk is van teler tot teler. Witloof kan je bakken, braiseren, stoven of rauw gebruiken in een salade.

Hoe weet je dat de witloof die je koopt grondwitloof is en of hij vers is?

  • Grondwitloof herken je aan de sticker op de verpakking: naast de aanduiding ‘grondwitloof’ komt ook het label ‘Beschermde Geografische Aanduiding’ of ‘streekproduct.be’ terug, én de naam van de producent. Elke verpakking draagt bovendien een uniek volgnummer, waardoor de herkomst van het witloof vlot kan worden nagegaan.
  • Vers witloof uit de grond “blinkt”, het heeft een mooie glans, wat niet kan gezegd worden van witloof dat al een paar dagen in de winkelrekken ligt. Ook witloof dat op water werd geteeld heeft die glans niet of veel minder.
  • Vers witloof maakt ook… geluid. Als je de stronken tegen elkaar schuurt, moet je een snerpend, piepend geluid horen: “witloof moet zingen.”
  • Een verse witloofstronk moet stevig zijn en mooi wit van kleur, met een klein lichtgeel randje. De top van de stronk moet steeds mooi gesloten zijn.
  • Een ander visueel verschil tussen grondwitloof en witloof van watercultuur is dat bij grondwitloof de blaren van aan de basis mooi tot in de punt van de stronk doorlopen.

Twee labels voor grondwitloof

Er bestaan twee verschillende labels voor grondwitloof: Brussels grondwitloof en Brabants grondwitloof.In beide gevallen zijn de kwaliteit en de herkomst van het grondwitloof gegarandeerd. Het verschil is dat het label “Brussels grondwitloof” strenger is dan het andere label. Telers die Brussels grondwitloof op de markt brengen moeten het zaad voor de witloofwortels zelf winnen. Ze selecteren het beste zaad en bewaren dat voor de teelt van het witloof. Bij “Brabants grondwitloof” wordt het zaad geteeld in labo’s. Over heel Vlaanderen mogen telers het label “Brabants grondwitloof” gebruiken, het label “Brussels” mag alleen door telers in de driehoek Mechelen, Leuven, Brussel worden gebruikt.

De echte witloofgemeenten

Witloof wordt van oudsher geteeld in de ‘witloofdriehoek’ tussen Mechelen, Brussel en Leuven. Dat komt omdat de grond daar ideaal is voor de teelt van witloof: een bodem van zand en leem, niet te zwaar en ook weer niet te licht van structuur, precies zoals witloof het graag heeft! In die ‘witloofdriehoek’ wordt al vanaf het eind van de 19de eeuw grondwitloof geteeld, en tot vandaag is het het hart van de witloofteelt. Alleen de jongste twintig jaar is men ook in Frankrijk en Nederland witloof beginnen te telen. Omdat de teelt van grondwitloof zo arbeidsintensief is, neemt het aantal telers helaas jaar na jaar af. In gemeenten als Perk, Kampenhout, Steenokkerzeel, Nossegem, Heverlee, Herent, Bertem, Nieuwrode, Houwaart… zijn niettemin nog een paar tientallen telers van grondwitloof actief.

Witloof is zo oud als België

Witloof is zo oud als België. Het groeide voor het eerst rond 1830 in de streek rond Brussel. En witloof is nog om een andere reden een typisch Belgisch product: het werd toevallig ‘ontdekt’ door een boer die belastingen wilde ontduiken… In de periode dat België ontstond (1830) waren de meeste mensen straatarm. Koffie werd toen niet gedronken. In de plaats daarvan maakte men van de gemalen en gebrande wortels van de cichoreiplant een cafeïnevrije drank waarvan de bittere smaak wat lijkt op die van koffie. In de volksmond sprak men van ‘armemensenkoffie’. Boeren werden belast op het aantal cichoreiwortels dat ze oogstten. En dus vond ene Jan Grammens, een boer uit de buurt van Brussel, er niet beter op dan een deel van de cichoreiwortels in zijn stal onder flink wat stro te verstoppen. Toen de boer drie tot vier weken later naar de wortels ging kijken, was er een wit loof op gegroeid. Dat witte loof bleek bovendien nog lekker te smaken, het witloof was geboren…